dinsdag 16 december 2008

Week 6: Literatuurvragen en kadervraag

Hoofdstuk 18
Als de meest duidelijke link tussen games en televisie zich uit in de zogeheten "cut scenes", in hoeverre is "remediation" dan de beste methode om gameonderzoek te doen? Richard en Zaremba lijken hier namelijk nogal kort mee door de bocht te gaan.

Richard, B. & Zaremba, J. Gaming with Grrls: Looking for Sheroes in Computer Games. Hoofdstuk 18, pp. 283-300.

Hoofdstuk 19
Inleidend in dit hoofdstuk wordt gesteld dat "textual exegesis", ofwel, het begrijpen van een tekst, niet de hoofdreden is om een game te spelen. De motivatie moet worden gezocht in de hoek van de uitdaging, het plezier van het spelen en het competatieve karakter. Maar is het niet zo dat al deze elementen naadloos met elkaar verbonden zijn? We vallen hier eigenlijk ook weer een klein beetje terug in het narratologie versus ludologie debat, maar in mijn optiek is deze aanname nogal strikt en is het begrijpen van het spel een vereiste om een game op waarde te schatten en deze leuk te vinden.

Bryce, J. & Rutter, J. Gendered Gaming in Gendered Space.
Hoofdstuk 19, pp. 301-310.

Hoofdstuk 20
De talkshow die Everett aanhaalt om haar onderzoek te ondersteunen, heeft mijn inziens een typisch Amerikaans karakter en is dan ook vooral een afspiegeling van de Amerikaanse maatschappij. Hieruit voortvloeiend de vraag: Is het op gaminggebied wel mogelijk om één culturele lijn te trekken? De Nederlandse samenleving verschilt dusdanig van de Amerikaanse, over een dergelijk voorbeeld over racisme dat voortvloeit uit games als GTA 3, geen universeel waardeoordeel te vellen is. Daarom vraag ik mij ook sterk af in hoeverre dit voorbeeld relevant is en het onderzoek recht toe doet.

Everett, A. Playing With Race in Contemporary Gaming Culture.
Hoofdstuk 20, pp. 311-325

Kadervraag
Uit de behandelde hoofdstukken is duidelijk geworden dat problemen rond gender en racialiteit ook in games voorkomen. Wat dat betreft zouden games kunnen worden gezien als een weerspiegeling van de werkelijkheid. Een belangrijke vraag die ik hierbij wil stellen en die eigenlijk ook al heb gesteld met betrekking tot de psychologische effecten van games is als volgt: In hoeverre hebben racialiteit en gender in games en de manier waarop hier mee wordt omgegaan directe gevolgen voor de speler en de wereld waarin wij leven? Blijft dit niet net zo abstract als onderzoek naar psychologische effecten van bijvoorbeeld geweldadige games?

Geen opmerkingen: